Een koning op de vlucht

De hoofdpersoon in het volgende verhaal heeft slechts kort in Ruurlo vertoefd en weinig Ruurloërs zullen zijn naam herkennen. Toch heeft hij een blijvende herinnering achtergelaten. Want waarom wordt een van de kamers van Huize Ruurlo de Corsicakamer genoemd?

Voor het volgende verhaal in de Reurlse geschiedenis gaan we op stap naar, u raadt het al, Corsica. Daar komt na eeuwen van oorlogen en onderdrukking, met de Vrede van Cateau-Cambrésis in 1559, eindelijk rust op het eiland. Met het ondertekenen van de vrede doet Frankrijk afstand van het eiland Corsica dat vanaf dan onder het bestuur van de republiek Genua komt te staan, een bondgenoot van Spanje. De Corsicanen worden echter flink onderdrukt door Genua en gaan gebukt onder zware belastingen en corruptie. Er ontstaat al snel een tweedeling op het eiland: de Genuezen verblijven in hun bolwerken van wachttorens en de Corsicanen verschuilen zich in de bergen. Ook vertrekken steeds meer Corsicanen naar het buitenland, op zoek naar manieren om definitief van buitenlandse overheersing af te komen.

In Genua meent zo’n groep Corsicaanse rebellen de oplossing te hebben gevonden in de persoon van Theodor von Neuhoff. Von Neuhoff, geboren in Keulen als zoon van een Westfaalse edelman, dient in zijn jeugd als page van prinses Palatine, de schoonzus van koning Lodewijk XIV. Aldaar verwerft hij een reputatie van briljant en gladde spreker, met een voorliefde voor intriges. Hij dient in zowel het Franse als het Zwitserse leger en vertrekt daarna naar Spanje om te trouwen en te werken als dubbelspion. Maar het avontuur lonkt en Theodor verlaat zijn vrouw om weer op reis te gaan. In Genua ontmoet hij een groep Corsicaanse rebellen. Overtuigd van zijn eigen politieke vaardigheden stemt hij toe om de Corsicanen te bevrijden in ruil voor de Corsicaanse troon. Zo gezegd zo gedaan.

In maart 1736 landen Theodor en zijn troepen op Corsica met een scheepslading wapens en munitie voor de Corsicaanse vrijheidsstrijders en als dank wordt hij in april tot koning Theodor I gekroond. Deze kroning wordt door Willy Heitling als volgt beschreven: “Zijn onderdanen hadden hem gekozen, en onder klokgelui en fanfares hadden de Corsicanen hem eigenhandig de kroon op het hoofd gedrukt. Dat was overigens geen gouden kroon want zoveel geld hadden de Corsicanen niet bij elkaar kunnen krijgen. Zij hadden een kroon gefabriceerd van eikebladeren en die drukten zij koning Theodor op de slapen.”

Hiermee hopen de leiders van de opstand alle Corsicanen te verenigen. Op de dag van de kroning wordt ook kapitein Wichmanshaussen berecht wegens verraad. Hij heeft, in opdracht van Genua, aan boord van het koningsschip geprobeerd de nieuwe koning op te blazen door diens voorraad buskruit in brand te steken.

Het zijn dus roerige tijden voor de nieuwe koning. Theodor probeert de Corsicaanse opstand voort te zetten en doet een poging de onder Genuees bestuur staande steden Porto-Vecchio en Sartène te veroveren. Verder laat Theodor zich door een lijfwacht omringen en stelt hij een ridderorde in. Helaas voor Theodor krijgt Genua hulp van Frankrijk en in november 1736, als het geld op is, zegt Theodor “Tot ziens!” tegen zijn onderdanen en verlaat Corsica om in het buitenland hulp te vragen. Genua verklaart hem vogelvrij. Theodor trekt in Italië van stad naar stad maar krijgt telkens nul op het rekest. Hij gaat naar Frankrijk maar in Parijs wordt er door de Genuezen een aanslag op hem gepleegd waarna de Fransen Theodor vriendelijk doch dringend verzoeken Frankrijk te verlaten. Via Londen, Den Haag en een paar dagen in Zeeland belandt Theodor uiteindelijk in Amsterdam. Daar wordt hij door een schuldeiser herkend die hem laat gijzelen. Schuldeisers uit Engeland en Hamburg weten Theodor dan ook te vinden en er volgt een rechtszaak. Het loopt met een sisser af: Theodor komt vrij omdat vrienden hem te hulp schieten. Zij betalen ƒ 10.000,- (+/- € 116.000,-) en stellen zo de schuldeisers tevreden. Ondertussen heeft zich een dusdanige menigte bij de rechtbank verzameld dat Theodor het pand via de achterdeur moet verlaten. Hij verlaat Amsterdam en vlucht naar Gelderland, waar hij eerst enige tijd verblijft op Huis Onstein in Vorden. Later neemt hij zijn intrek bij een verre nicht van hem die op Huize Ruurlo woont.

In tegenstelling tot de huidige bezoekers van Huize Ruurlo zal Theodor weinig hebben genoten van de mooie omgeving. Verbitterd en achtervolgd door schuldeisers slaat Theodor (volgens de overlevering) op Huize Ruurlo in een vlaag van woede een van zijn bedienden dood. Hij wordt hiervoor niet gestraft maar men zal allicht opgelucht zijn geweest als Theodor weer vertrekt.

In de daaropvolgende jaren zal Theodor nog een paar keer proberen om terug te keren naar Corsica maar heeft hierbij weinig succes. Na de laatste poging belandt hij in Londen waar schuldeisers hem al staan op te wachten. In 1749 wordt hij in Londen wederom gegijzeld door schuldeisers die hopen dat Theodors rijke vrienden hem wel zullen helpen maar deze laten hem zes jaar in de cel zitten. Om van de schulden te worden verlost en te worden vrijgelaten, moet de koning afstand doen van het enige bezit dat hij nog heeft: het eiland Corsica. Pas in 1756 wordt hij Theodor vrijgelaten en hij sterft nog geen jaar later, helemaal berooid, op een zolderkamertje in de Londense wijk Soho. Ter nagedachtenis is daar nog steeds een gedenkplaat te vinden.

Bronnen:

Write a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *